fermer
Cutting Edge 22/02/2015
Temidden van tranen en verzuchtingen
Beethoven de beeldenstormer: hij wrikte aan tonale principes, schopte tegen de schenen van de behoeders van het classicistische sentiment, gooide het traditionele denken over vorm en structuur volledig overhoop. Van dat laatste is zijn oeuvre voor cello en piano een magnifiek voorbeeld. De twee sonates opus 5 kondigen reeds de talloze revoluties aan die de componist zal doorvoeren: hij herleidt de sonatevorm tot een tweeledig tableau, waar een melancholische pool en een uitgelaten catharsis elkaar logisch opvolgen. De sonate opus 69 voert naar Beethovens middelste periode, waar hij het architecturale verwachtingspatroon van het publiek een hak zet met een werk dat lijkt te worstelen met haar eigen bestemming. Het opus 102 bevat tenslotte twee sonates waarin idee en vorm harmonisch samenkomen in een ongezien krachtige constellatie, ontdaan van alle ballast.

Een integrale uitgave van de cellowerken vergt een solist die met het jeugdige esprit van de jonge componist overweg kan zowel als met de doorwrochte maturiteit van de latere Beethoven – en in zijn hele benadering liefst een evenwicht vindt dat de weg die de man heeft afgelegd aanschouwelijk maakt. Jean-Guihen Queyras doet dat wonderbaarlijk. In het opus 5 plaatst hij de ambachtelijkheid van zijn spel op de voorgrond: vanuit de klassieke 18e-eeuwse traditie presenteren de werken zich in al hun naturel als ondeugende maar vooral doortastende, met vitaliteit dooraderde sonates van een scherpe geest. Een andere toon slaat de Fransman aan in het opus 69, waarvan hij vooral de broze integriteit bewaakt, zonder zich gereserveerd op te stellen. In een zeldzaam perfecte interpretatie als deze, die in een langgerekte boogstreek het ganse emotionele universum van de partituur capteert, komt naar voor hoe omvattend Beethovens taal toen al was.
Tegenover de uitbundigheid van het opus 5 plaatst Queyras in het opus 102 een meer gecontroleerde drang, een passie die zich op een tragischer spoor beweegt. Hij verbindt de vroege en de late Beethoven, en onderstreept ondertussen de weg die de componist in nog geen twintig jaar heeft afgelegd. Pianist Alexander Melnikov draagt daar op superieure wijze aan bij. Zijn afwisselend speelse, ironische, gewichtige en van melancholie doordrongen partijen bevatten alle gevoel waar Beethoven door geplaagd werd boven de schrijftafel. Melnikov ontheft zichzelf uit een begeleidende positie, om de vijf sonates en drie variatiereeksen zonder opusnummer actief mee vorm te geven. Gevolg is een nieuwe referentie in nimmer zo nauwkeurig en spitsvondig verwezenlijkte partituren.

Jan-Jakob Delanoye
Cutting Edge 22/02/2015